Onderwijsvernieuwing

Ondanks het feit dat de conclusies van de Commissie Parlementair Onderzoek Onderwijsvernieuwingen helder, stevig en bepaald niet vleiend zijn voor de politiek, is het rapport van de Commissie-Dijsselbloem alom met grote waardering ontvangen. BMC heeft als ondersteuner van de commissie een belangrijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming van het rapport.

Het hoofddoel van twee decennia onderwijsvernieuwing is niet gehaald, aldus de commissie, die in april 2007 door de Tweede Kamer werd ingesteld. De overheid heeft haar kerntaak, het zeker stellen van deugdelijk onderwijs, verwaarloosd. Het onderwijsveld is structureel overvraagd door politici die leden aan een tunnelvisie. Zij eisten het onmogelijke van de sector, die zo’n beetje alle maatschappelijke problemen moest oplossen. Daarnaast bemoeide de overheid zich veel te veel (vrijwel letterlijk tot in het klaslokaal) met didactiek en onderwijsdoelen. Het gevolg is onder meer dat ‘de schooljeugd van tegenwoordig’ steeds minder goed leert lezen en rekenen. De commissie maakt korte metten met vergelijkingen op internationale schaal, waar Nederland over het algemeen goed uitkomt. Dat soort ‘warenonderzoek’ geeft geen betrouwbaar beeld, aldus de commissie.

Niet alleen de politieke partijen omarmen het rapport, ook de (oud-)minister van Onderwijs, Ronald Plasterk, kan zich grotendeels vinden in de conclusies van de Commissie-Dijsselbloem. Via het ministerie gaf de bewindsman het volgende commentaar: 'Het is een lijvig rapport geworden, met stevige conclusies en een groot aantal aanbevelingen. In een eerste reactie kunnen we aangeven dat we ons grotendeels herkennen in de uitgebreide analyse van een aantal onderwijsvernieuwingen zoals onderzocht door de Commissie-Dijsselbloem.'

Het rapport van de Commissie-Dijsselbloem bevat tal van aanbevelingen die de komende tijd zullen worden uitgewerkt. Ook bij de uitvoering van die taak zal BMC een ondersteunende rol voor onderwijsinstellingen en scholen vervullen.