BMC en beroepsonderwijs

Het beroepsonderwijs is een belangrijke pijler in de samenleving. Duizenden leerlingen/studenten worden opgeleid tot deskundige beroepsbeoefenaren op alle niveaus van de arbeidsmarkt. Het beroepsonderwijs staat midden in de samenleving en krijgt dan ook met vele ontwikkelingen te maken. Onderwijskundige veranderingen, arbeidsmarktproblematiek, demografische ontwikkelingen en niet te vergeten de generatie Einstein maken dat het beroepsonderwijs voortdurend alert en adequaat moet reageren op verandering en vernieuwing. Dat geldt voor zowel het mbo als het hbo. De instellingen in het beroepsonderwijs worden geconfronteerd met allerlei vraagstukken die (des)kundig bestuur vergen. Flexibilisering in de bedrijfsvoering, internationalisering, netwerkallianties, aansturing en uitvoering van het primaire proces, professionalisering van de medewerkers en teamontwikkeling zijn dossiers waar de instellingen mee bezig zijn. De adviseurs van BMC zijn ervaren mbo/hbo-deskundigen, die allen werkzaam zijn geweest in het onderwijs en die weten wat het is om leiding te geven of te adviseren. Niet alleen verandermanagement, maar ook onderzoek en het realiseren van praktische oplossingen vormen hun dagelijkse praktijk.

Ondernemen en innoveren
De kwaliteit van het onderwijs wordt in hoge mate bepaald door het ondernemende en innovatieve karakter van de schoolomgeving. Deze factoren kunnen het verschil maken in het streven de vooraanstaande positie van Nederland in Europa vast te houden. BMC brengt dat streven in praktijk door bij te dragen aan visie- en beleidsontwikkeling en de persoonlijke ontwikkeling van leerlingen, studenten, docenten, leidinggevenden en andere professionals in het onderwijs.

Ondernemen is niet alleen een beroepskeuze, maar ook een vaardigheid die zich laat benoemen als ondernemingszin. Door alle betrokkenen in schoolorganisaties, van leerlingen tot leidinggevenden, aan te spreken op hun talent, hun passie en hun intrinsieke motivatie worden ondernemingszin en innovatie bevorderd. Daarmee wordt de basis gelegd voor zowel individueel succes als het succes van een school. Op basis van de missie om te verbinden, te versterken en te verankeren wil BMC bijdragen aan die ontwikkeling.

Netwerkallianties
De complexiteit en vervlechting van maatschappelijke vraagstukken en de voortdurende verandering vergen steeds meer samenwerking tussen organisaties. In de verbinding zien we het maatschappelijk en educatief ondernemerschap dat nodig is voor de leerling/student, de arbeidsmarkt en de samenleving. Het geheel van de samenwerking moet meer opleveren dan de som der delen. Een reeks van (maatschappelijke) vraagstukken maakt effectieve samenwerking met externe organisaties noodzakelijk. Onderwijsinstellingen hebben, op uiteenlopend niveau, met vele verschillende partijen te maken. Samenwerking tussen organisaties mislukt echter vaak. Jammer, onnodig en zonde van de energie en het geld.

BMC houdt zich bezig met de vraag hoe succesvolle interorganisatorische samenwerking duurzaam tot stand kan worden gebracht. Het nieuwe fenomeen 'netwerkallianties' blijkt als vorm van ondernemend samenwerken succesvol te zijn. Een netwerkalliantie is een verband van organisaties die op basis van een collectieve ambitie in een netwerk duurzaam met elkaar samenwerken. BMC heeft veelzijdige expertise en praktijkgerichte, vernieuwende wetenschappelijke kennis op het gebied van succesvolle netwerkallianties. Voor de ontwikkeling en organisatie van netwerkallianties heeft BMC een eigen methodiek ontwikkeld.

Het ontwikkelen en realiseren van een netwerkalliantie is als het bouwen van een brug terwijl je eroverheen loopt. De collectieve ambitie geeft aan waar de brug moet uitkomen. BMC kan een belangrijke bijdrage leveren aan de totstandkoming van zo'n brug.

Internationalisering
Voor veel jongeren is de wereld hun thuis. Zij kennen geen geografische, politiek-bestuurlijke, culturele of professionele grenzen. Van primair onderwijs tot wetenschappelijk onderwijs worden jonge mensen opgeleid op basis van een mondiaal perspectief op de werkelijkheid, dat verder reikt dan individuele grenzen. De schoolomgeving moet zich steeds meer richten op het creëren van de randvoorwaarden om dat internationale perspectief als leidraad te nemen voor de ontwikkeling van onderwijsprogramma's. Tegelijkertijd moeten scholen hun vensters openen om zich een eigen positie te kunnen verwerven op het internationale speelveld. Globalisering en internationalisering bieden scholen de mogelijkheid voor samenwerking over de grenzen van de eigen organisatie heen. Het onderwijsprogramma en de docenten moeten die internationalisering gestalte geven.

BMC draagt bij aan wereldburgerschap van leerlingen, studenten, docenten en leidinggevenden in scholen en aan het creëren van een daarbij passend klimaat. In dit kader heeft BMC de afgelopen jaren gewerkt aan een selectieve uitbouw van activiteiten in het buitenland. Het is de bedoeling dat die activiteiten samen met de opdrachtgevers worden uitgebreid.

Participatiebudget
De Wet Participatiebudget is een financiële kaderwet die erin voorziet dat alle financiële middelen van de Wetten Re-integratie, Educatie en Inburgering in één Participatiebudget aan de gemeente worden uitgekeerd. Deze bundeling van geldstromen is volgens het kabinet effectiever en leidt tot meer maatwerk en integrale klantbenadering. De wet heeft de doelgroep om middelen aan te besteden aanzienlijk vergroot, want het Participatiebudget mag worden gebruikt om voorzieningen aan te bieden aan iedereen van 16 jaar en ouder. De gemeente zal dus een nieuwe visie moeten ontwikkelen, niet alleen met betrekking tot de doelgroep, maar ook ten aanzien van de participatievoorzieningen die beschikbaar worden gesteld.

Voor een ROC betekent de invoering van het Participatiebudget: educatie verplicht tot en met 2010. Tot die tijd is het ROC ‘natuurlijke partner'. Daarna vervalt het oormerk en is er sprake van een relatie opdrachtgever – opdrachtnemer. De gemeente gaat dus niet alleen de visie vertalen naar verordeningen en de organisatie aanpassen, maar moet zich tevens herbezinnen op de contracten en de relatie met het ROC. BMC weet de weg naar integraal gebruik van het Participatiebudget. Als procesbegeleider, inhoudelijk deskundige van ROC's en gemeenten, of als verbindende partij wat visie- en netwerkvorming betreft. Binnen BMC houden verschillende disciplines zich bezig met het Participatiebudget.

Recente opdrachten

Afslanken van de formatie binnen een groot ROC
Drie jaar geleden is er door een ROC bewust gekozen voor een extra investering in het onderwijs; hiervoor was extra personeel aangetrokken. Voor het schooljaar 2009-2010 moest de formatie met circa 70 fte worden teruggebracht. Voor BMC was het de uitdaging om ervoor te zorgen dat het opleidingenpakket, ondanks de forse uitstroom van docenten, zonder kwaliteitsverlies blijvend kon worden aangeboden aan de leerlingen.
BMC heeft samen met het ROC gewerkt aan het vaststellen van een 'formatief kader' dat ingepast kon worden in de meerjarenbegroting en dat voldeed aan de inhoudelijke onderwijskundige eisen. Samen met afdelingsmanagers is het formatief kader toegepast op de opleidingen en op de competenties van de docenten. De beschikbare capaciteit werd herverdeeld over de verschillende opleidingen op de diverse locaties. Er zijn afspraken gemaakt met docenten voor het volgen van aanvullende cursussen en trainingen, de vertrekkende docenten zijn tijdig geïnformeerd en hen is waar mogelijk ondersteuning geboden om elders een passende werkkring te vinden. Het nieuwe schooljaar is zonder noemenswaardige problemen van start gegaan en in november werd weer een sluitende meerjarenbegroting gepresenteerd.

Risicoanalyse met het oog op een bestuurlijke fusie

Een ROC en een VO-college hebben de intentie uitgesproken om te komen tot een bestuurlijke fusie. Door middel van deze fusie willen beide partijen de positie van de beide stichtingen en de daartoe behorende scholen in de regio verder versterken. Deze fusie moet bijdragen aan verdere optimalisering van efficiënte, effectieve en samenhangende leerlijnen tussen het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. Tevens kan uitwisseling en bundeling van de onderwijskundige expertise binnen het voortgezet onderwijs leiden tot kwaliteitsverhoging. Ook wordt bundeling van de expertise in staf en ondersteunende diensten gewenst geacht, wat moet bijdragen aan verdere verhoging van de slagkracht en het beleidsvoerend vermogen en een gezamenlijke aanpak van de onderwijshuisvesting en de bedrijfsvoering.

BMC is gevraagd een rapport op te stellen ter nadere onderbouwing van de intentieverklaring zoals die op basis van de uitkomsten van de verkennende gesprekken is opgesteld. Tevens dient een risicoanalyse te worden gemaakt. Op basis van een documentenstudie en gesprekken met de belangrijkste functionarissen wordt een rapport opgesteld. Doel is de bestuurders een goed en reëel beeld te geven van de kansen en risico’s, zodat zij kunnen overgaan tot het tekenen van een intentieverklaring.

Toetsing en afgeven bindend advies traject functiewaardering
Om binnen een mbo-instelling te komen tot een organisatiestructuur waarmee het CvB meer in control zal zijn moet de financiele divisie geheel opnieuw worden ingericht, om zo het financiële beheer en de administratie beter van de interne control te kunnen scheiden. In de nieuwgekozen organisatiestructuur zullen de bekostigingsdossiers dan met minder financiële risico’s kunnen worden afgewikkeld. Een nieuw ontwikkeld functiehuis inclusief inschalingen is noodzakelijk om deze reorganisatie mogelijk te maken. Zoals bij iedere operatie van een dergelijke omvang en een dergelijk belang leidde dit tot tegengestelde beelden en verwachtingen in de organisatie. Ook in het overleg tussen CvB en de centrale medezeggenschapsraad stond dit op de agenda en leidde het niet tot overeenstemming. Om uit deze impasse te geraken is BMC verzocht een advies te schrijven omtrent deze problematiek. Na documentenonderzoek gepleegd te hebben en interviews te hebben gehouden met de betrokkenen is dit advies uitgebracht. Een advies dat zowel een antwoord bood voor de concrete problematiek als uitzicht op een goede aanpak bij toekomstige gelijksoortige situaties.

Reorganisatie onderwijsondersteunende processen
Er worden steeds hogere eisen gesteld aan zowel de organisatie en inrichting van onderwijs als het niveau van de ondersteuning van en de service aan student en medewerker. Roostering en planning van onderwijs vraagt een hoog niveau van interne bedrijfsvoering en deskundigheid van personeel. Het complexe stelsel van bekostiging in het hoger onderwijs maakt dat de druk op de organisatie om dit goed te organiseren toeneemt, omdat alleen zo (dure) fouten kunnen worden voorkomen. Een instelling voor hoger onderwijs met een leidende en dus ook kwetsbare (inter)nationale positie wil op dit front een verbeterslag maken. BMC heeft een interim-manager geleverd die deze opdrachten heeft uitgevoerd. Het resultaat is dat door de nieuwe inrichting van de organisatie, met onder meer gerichte deskundigheidsbevordering van de medewerkers, de financiële risico’s tot een minimum zijn beperkt en er een moderne organisatie van Student Support staat, waar student en medewerker enthousiast te woord worden gestaan.

Toetsing macrodoelmatigheid en uitbreiding opleidingenaanbod
Hogescholen moeten hun opleidingenaanbod blijvend vernieuwen en inspelen op maatschappelijke eisen en ontwikkelingen. Deze hogeschool wil haar concurrentiepositie in de regio versterken en kiest voor uitbreiding van het assortiment van opleidingen. BMC heeft in opdracht van het bestuur van deze onderwijsorganisatie een diepgaande analyse gemaakt van de mogelijkheid en wenselijkheid van het uitbreiden van het bestaande assortiment met een specifieke bacheloropleiding. Een bacheloropleiding die ook heel goed past bij een reeds bestaande mbo-variant. Kansen dus voor een kwaliteitsvol en kansrijk aansluitingsprogramma. De uitkomsten van deze analyse moeten leiden tot een aanvraag ‘toets nieuwe opleiding’ bij het Ministerie van OCW. Tegelijkertijd lag de vraag op tafel of BMC een bijdrage kon leveren bij het ontwikkelen van deze opleiding. Het mede door BMC ontwikkelde profiel en het curriculum van de nieuwe opleiding, tezamen het de conclusies van de haalbaarheid van een verzoek tot toetsing van de nieuwe opleiding, hebben ertoe geleid dat dit traject met volle energie is ingezet.